Phone

Nieuws

Vliegensvlug in voetsporen van pa of ma

Eindhoven, 12 april 2019

Bas Möller wist het al als klein jongetje: hij wilde net als zijn vader piloot worden. En hij is anno 2019 niet de enige die in de voetsporen van een ouder treedt. Want één op de zeven middelbare scholieren kiest nog altijd een opleiding die aansluit op de beroepsachtergrond van papa of mama. Onder vwo-scholieren gaat het zelfs om een vijfde. Dat blijkt uit cijfers van onderzoeksbureau Markteffect en het CBS.

’Mensen kiezen uit wat ze kennen”, zegt onderwijsadviseur Marleen van de Wiel. „Als eerste komt dan het netwerk dicht bij je, zoals je ouders, familie en de buren waarmee je opgroeit. Die bepalen welke mogelijkheden je ziet.”

Zo kozen 60.233 van de 412.283 middelbare scholieren in 2018 een vergelijkbare opleiding als (één van) hun ouders, een aandeel van 14,6 procent. Dat is vergelijkbaar met 2014, toen 60.744 dat deden (14,9 procent). Vmbo’ers doen dit minder vaak, maar onder havo- en vwo-scholieren is het juist populairder geworden. Het aantal vwo-scholieren dat dit deed, steeg in vier jaar van 12.225 (16 procent) naar 17.421 (21 procent). Onder havo-scholieren ging het aantal van 13.711 (12 procent) naar 15.544 (13 procent). Bas Möller (22) uit Bergen trad in de voetsporen van zijn vader door een opleiding tot piloot te starten. Sinds 2017 vliegt hij officieel. „Al als klein kind mocht ik met mijn vader mee. Dan vloog ik één of twee keer per jaar mee naar bestemmingen als Panama, Hongkong en Vancouver. Toen wist ik al dat ik piloot wilde worden. Het besturen van zo’n grote machine is gewoon zo gaaf. Zweefvliegen is ook al jarenlang mijn passie. Ik vind het ook mooi om mensen een goed gevoel te geven door ze te verwelkomen en op tijd naar hun bestemming te brengen. Waar ik vervolgens even de stad kan verkennen. Heel gaaf.”

Niet gepusht

Möller is niet gepusht door zijn vader, zegt hij. „Er zijn natuurlijk altijd mensen die dat denken. En natuurlijk was het makkelijker om mijn vader te volgen, omdat ik ongeveer wist wat het beroep inhield. Maar mijn vader heeft altijd gezegd dat ik me moest realiseren dat het hard werken is. Je moet al tijdens de opleiding zoveel doen, met theoretische vakken in een half jaar en een verblijf van zes maanden in het buitenland, dat je het wel echt moet willen.”

Al vindt de vader van Möller zijn keuze wel ’hartstikke leuk’, zegt Bas. „Inmiddels werken we allebei bij KLM en is hij trots als hij me daar ziet rondlopen. Hij is echt mijn mentor. Als ik iets nieuws meemaak, ga ik naar hem toe om advies te vragen over hoe hij het zou oplossen. Best bijzonder.”

In de loopbaanlessen op het vmbo wordt inmiddels extra aandacht besteed aan het uitbreiden van het netwerk. Onderwijsadviseur Van de Wiel: „Leerlingen worden dan bijvoorbeeld aangespoord om in contact te komen met mensen die beroepen uitvoeren die ze nog niet kennen. Zulke beroepen kunnen tenslotte ook een optie voor de toekomst zijn.” Ze durft niet te zeggen of die wettelijke verplichting, die er bij havo en vwo niet is, heeft meegespeeld bij de meer diverse opleidingskeuze van vmbo’ers in de afgelopen jaren.

1 op de 7

middelbare scholieren kiest een beroepsachtergrond die aansluit op de beroepsachtergrond van papa of mama. 

Uroloog

Voor Nieck Pouwels (29), die na zijn opleiding geneeskunde probeert uroloog te worden, was er geen ontsnappen aan. „Mijn vader is longarts, mijn moeder verpleegkundige, terwijl mijn oudere zus een opleiding tot longarts volgt. Een echte doktersfamilie”, lacht hij.

Vooral de vader van de Bosschenaar heeft een belangrijke rol gespeeld bij zijn keuze. „Als klein kind kregen mijn zus en ik al een waterpistool in de vorm van een injectiespuit. Dat was wel een subtiele hint. Mijn vader heeft me ook overtuigd toen ik rond mijn zeventiende, achttiende twijfelde. Toen zei hij dat je als arts altijd werk hebt, omdat er helaas altijd zieke mensen zijn. Als een van de weinige vakken vond ik biologie leuk. Mijn vader en ik hadden dezelfde biologieleraar op de middelbare school, dus die heeft ons allebei geïnspireerd.”

Pouwels hoopt over zes jaar een opleiding tot uroloog af te ronden. „Mensen zeggen weleens dat het voor mij makkelijker zal zijn om binnen te komen, omdat mijn vader ook specialist is; maar het is gewoon hard werken hoor. Het valt nog niet mee om een opleidingsplek urologie te bemachtigen, daar ben ik nog mee bezig.”

Dit artikel werd geplaatst op 11 april 2019 op de website van De Telegraaf.


Meer weten?


Wilt u meer weten over dit nieuwsbericht? Neem dan contact met ons op. 
 


Edgar de Beule
Research Consultant